Spaanse Grammatica in Praktijk

Spaanse grammatica leren begrijpen vanuit praktisch oogpunt met verschillende tips en geheugensteuntjes. Met fotos van Latijns America

Ik, jij, ... Persoonlijke voornaamwoorden

De persoonlijke voornaamwoorden zijn eenvoudig en gebruiken dezelfde structuur als het Nederlands. Er zijn wel een aantal varianten in het Spaans afhankelijk waar je bent. In Latijns Amerika gebruiken ze bijvoorbeeld vos en Argentinië in plaats van tu. En in Spanje gebruiken ze vosotros, terwijl in Latijns America juist ustedes gebruikt wordt. Ook de formaliteit van het tutoyeren is afhankelijk van het land. In Argentinië wat heel amicaal is, gebruik men snel vos, terwijl in Colombia en Peru men usted en señor blijft gebruiken.

De persoonlijke voornaamwoorden zijn als het als onderwerp (ik loop) gebruikt worden:
  • Yo               > Ik
  • Vos, Tu        > Jij, Je
  • Usted           > U
  • Él, ella         > Hij/zij
  • Nosotros      > Wij
  • Ustedes        > Jullie, U
  • Ellos, Ellas   > Zij, ze
Als meewerkend voorwerp (ik geef hem iets) gebruikt men:
  • Me              > me, mij
  • Te               > jou, je
  • Le               > u
  • Le               > hem, haar
  • Nos            > ons
  • Les             > jullie
  • Les             > hun
Als lijdend voorwerp (ik geef het) gebruikt men:
  • Me              > mij, me
  • Te               > jou, je
  • Lo, la          > U
  • Lo, la          > hem, haar
  • Nos             > ons
  • Los, las       > jullie
  • Los, las       > hen
En als gebruikt met voorzetsel (met mij) gebruikt men:
  • Mí              > Ik
  • Vos, Tí       > Jij, Je
  • Usted         > U
  • Él, ella        > Hem, haar
  • Nosotros     > Ons
  • Ustedes       > Jullie, U
  • Ellos, Ellas  > Hun

Er zijn twee regels die anders zijn in het Spaans dan in het Nederlands met de voornaamwoorden:

1. Als je meewerkend en lijdend voorwerp gebruikt in het geval van hem, haar, hun en hen, dan gebruik je voor meewerkend voorwerp "se" in plaats van "le" om te voorkomen dat je twee keer een kort naamwoord met "l" hoeft te gebruiken:
  • Ik gaf hem het    > Se lo doy (in plaats van Le lo doy)
  • Ik gaf het jou      > Te lo doy (deze regel geldt alleen met "le")


2. Als het meewerkend voorwerp in de Spaanse zin achter het werkwoord staat, dan gebruik je het meewerkend persoonlijk voornaamwoord voor het werkwoord:
  • Ik geef aan Juan de auto           > Le doy a Juan el coche
  • Ik schenk aan Maria een kado  > Le regalo a Maria un regalo
Asado openlucht
Asado Patagonië, Argentinië

Geen opmerkingen: