Spaanse Grammatica in Praktijk

Spaanse grammatica leren begrijpen vanuit praktisch oogpunt met verschillende tips en geheugensteuntjes. Met fotos van Latijns America

Wat, welk, wie? - Vragende voornaamwoorden

De Nederlandse vragende voornaamwoorden zijn hetzelfde als de Spaanse voornaamwoorden, behalve dat als het een vraag is, dan gebruik je een accent:


  • ¿Qué?       wat, welke?
  • ¿Quién?    wie?
  • ¿Cuánto    hoeveel?
  • ¿Cuándo? wanneer?
  • ¿Dónde?   waar?
  • ¿Cómo?    hoe?
  • ¿Cuál?      welke?

De vragende voornaamwoorden gebruik je op dezelfde manier als in het Nederlands. Er is maar één uitzondering: "Cual" gebruik je in combinatie met "ser" en het zelfstandig naamwoord staat achter "ser":
  • ¿Cuál es el día de la semana? = ¿Qué día de la semana es? > Wat is de dag van de week? 
  • ¿Cuál es tu color favorita? = ¿Qué color es tu favorita?   > Wat is je favoriete kleur?

Je kunt deze woorden ook gebruiken voor een uitroep (ook met accent op het naamwoord), zoals


  • Wat is dit mooi!                   > ¡Qué lindo es!  
Voor de rest gebruik je deze woorden op dezelfde manier als in het Nederlands.

Lima, Peru
Lima, Peru

Geen opmerkingen: